Wie is me d'r eentje
Wat maakt hebberig?
Het creatief proces
Gebruiksaanwijzing
Uitleg begrippen
Contact & bestellen

Aan de slag!

Hieronder lees je hoe makkelijk je in je eentje kunt brainstormen met Ik ben me d'r eentje.
 

Stap 1 De vraagformulering

Stel jezelf een open vraag. Begin de zin bijvoorbeeld met:

-         Hoe kun je ...

-        Hoe zorg je dat ...

-         Bedenk nieuwe manieren om ...

-         Ontwerp ...

Zorg ervoor dat je vraag:

  1. Positief is geformuleerd (geen ontkenningen)
  2. Kort en krachtig is (niet elke nuancering verwerken
  3. Geen jargon (vaktermen en afkortingen) bevat
  4. Ambitieus is
  5. Eén concrete vraag betreft

Vaak kun je een probleemstelling op verschillende manieren verwoorden, met andere accenten. De vraag stuurt het type oplossingen, zorg dus dat de vraag echt de kern raakt van je probleem.

Schrijf je vraag bovenaan een A4.

Stap 2. Ideeën verzinnen  (de divergentiefase)

 

De purge

Schrijf alle ideeën op die je kunt bedenken. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld kleine geeltjes die je op het A4 met de vraagstelling plakt. Noteer één idee per geeltje. Later kun je zo makkelijker schuiven met de ideeën.

Deze fase heet de purge. Maak je hoofd helemaal leeg met alles wat je kunt bedenken. Stel je eigen oordeel uit! Schrijf in deze fase elk idee op en laat je niet verleiden een idee al vast te beoordelen of te veroordelen. ‘Domme’ ideeën zijn vaak opstapjes naar nieuwe denkrichtingen en nieuwe ideeën. Schrijf ook alle variaties op je ideeën op.

Stop niet te snel! Veelheid leidt uiteindelijk tot kwaliteit. De oplossingen die je het eerst bedenkt, zijn meestal de bekende oplossingen (best practices). Doorzetten en volhouden is de weg naar next practices.

De inzet van divergentietechnieken

Als je echt geen ideeën meer kunt bedenken, pak je een rode kaart en voert de opdracht uit die daar op staat. Soms heb je hierbij de kaarten met afbeeldingen nodig (de blauwe en gele kaarten).

Probeer verscheidene nieuwe ideeën te bedenken bij elke opdracht. Voer een aantal (bijvoorbeeld 5) opdrachten uit.

Als je een term op de kaarten niet begrijpt, kijk dan bij Uitleg begrippen.

 

 

Stap 3. Ideeën kiezen

Als je heel veel ideeën hebt, pak je de geeltjes eruit waarvan je denkt dat je er iets mee kunt. Het is slim om deze een kleur te geven uit de COCD Box®, om ervoor te zorgen dat je uitdagend genoeg kiest.

De ideeën die haalbaar zijn en niet echt nieuw (‘gewone’ ideeën) zijn blauw. Rood zijn originele ideeën, die je haalbaar acht binnen redelijke termijn. Geel zijn originele ideeën (en zij hoeven niet origineler te zijn dan rode ideeën), die nog niet haalbaar zijn; de ideeën voor de toekomst.

Als je met vernieuwende oplossingen wilt komen, is het belangrijk dat je rode of wellicht gele ideeën oppakt. Blauwe ideeën kun je daarbij vaak gebruiken als onderdeel of eerste stap van het rode of gele idee.

Kies met lef en kies ideeën waar je energie van krijgt. Zorg dat je idee blijft aansluiten bij je vraagstuk.

 

 

Stap 4. Ideeën verrijken  (de convergentiefase)

Je hebt nu één of een aantal ideeën gekozen die je verder uit wilt werken. Probeer de ideeën met elkaar te combineren, zodat je een uitgewerkt idee krijgt met verschillende facetten.

Om je verder te helpen ga je nu de witte kanten van de kaarten gebruiken. Je draait een willekeurige blauwe, rode en gele kaart om. De drie kaarten vormen samen een vraag. Gebruik die vraag om jouw concept verder vorm te geven, te detailleren en uit te werken. Je kunt zoveel vragen draaien als je wilt. Natuurlijk mag je nieuwe ideeën toevoegen of ideeën uit je divergentiefase gebruiken om te zorgen dat jouw idee of concept uiteindelijk zo concreet mogelijk wordt.

Schrijf je idee uit en maak een actieplan. Het uitschrijven van het idee helpt om het onder woorden te brengen en vast te houden. Een actieplan kun je bijvoorbeeld opbouwen aan de hand van de volgende elementen:

·         Wat?

·         Hoe?

·         Wie?

·         Wanneer?

 

Stap 5. Concludeer dat je d’r eentje bent!

 

 

 

1storm
info@1storm.nl